De vreemde toren van Lisse

Het bestaan van deze vreemde toren was mij al lang bekend. Het zal iets van een kwart eeuw geleden zijn geweest dat mijn vader me op de ’t Huys Dever wees terwijl we tussen Lisse en Sassenheim reden. Al van jongs af aan was ik geïnteresseerd in kastelen, dus ik sloeg deze toren op in mijn geheugen. Om hem pas vandaag te bezoeken.


Het everzwijn bij de ingang verwijst naar de oorsprong van de naam van de toren: de familie d’Ever. 

Wat meteen opvalt is natuurlijk de aparte vorm. De toren is niet rond, maar gebouwd in de vorm van een hoefijzer. En dat is niet toevallig. In de veertiende eeuw – de toren is waarschijnlijk kort na 1375 gebouwd – stond Dever aan de rand van een groot moeras. Vanaf die zijde hoefden de bewoners, Reinier d’Ever en zijn familie, geen gevaar te verwachten. Daarom kon de toren aan die kant gewoon rechte hoeken hebben. De voorzijde moest wel verdedigbaar zijn, dus die is rond.


De achterzijde van de toren heeft rechte hoeken. 

In lang vervlogen tijden waren woontorens niet ongewoon. In de middeleeuwen stond de Hollandse kust er vol mee. Maar weinig van die torens hebben de tand des tijds doorstaan. Het scheelde niet veel of ook Dever was er niet meer geweest. In de achttiende eeuw kwam het leeg te staan, waarna in 1862 het dak instortte. Weer en wind kregen vat op de toren. Het houtwerk verging, overal groeiden planten tussen de stenen. Alleen de twee meter dikke muren wisten alle plagen te doorstaan. In 1973 werd begonnen aan de restauratie. En het resultaat mag er zijn.


De houten loopbrug, met daaronder de contouren van het kleine huis (de muren waarop de brug gebouwd is) en het herenhuis (de muren tegen het gras aan). 

Vanaf het voorhof, dat begin deze eeuw is gereconstrueerd, loopt een houten brug naar de ingang van de toren. Onder je zie je lage muurtjes staan, die de contouren aangeven van bebouwing die ooit aan Dever was vast gebouwd. Die bouw verliep in twee fases. De eerste fase, van voor 1580, was een klein huis direct tegen de ronde voorzijde van de toren. In de tweede fase, rond 1630, wordt dit uitgebouwd tot een flink herenhuis, groter dan de toren.


Op zolder van ’t Huys Dever is deze maquette te zien, die weergeeft hoe het huis met daarvoor het herenhuis er ooit heeft uitgezien. 

Waar de toren degelijk was gebouwd – de fundering gaat drie meter de grond in en rust op een zandplaat – gold dat niet voor het herenhuis. Het stortte in 1848 deels in, waarna het als een soort steengroeve werd gebruikt door omwonenden. Behalve de lage muurtjes herinneren ook enkele littekens op de toren aan het herenhuis: de wenteltrap van het huis is deels uitgehouwen in de ronde gevel en verder zijn er gaten voor balken en zijmuren te zien.


Aan de linkerkant is goed te zien waar de wenteltrap zat. Verder zijn er vele gaten voor balken van het herenhuis te zien. 

Eenmaal binnen in ’t Huys Dever sta je gelijk in de ridderzaal. De nissen bij de ramen laten goed zien hoe massief de muren zijn. De zaal wordt gedomineerd door de herbouwde schouw. Ook in de ruimte daarboven, de kapelzaal, bevindt zich een schouw. Ooit had deze zaal een kruisbogengewelf, maar dat is in de loop der eeuwen verdwenen. De huidige houten constructie is gebaseerd op de situatie in de 15e of 16e eeuw, toen van een kruisgewelf nog geen sprake was. Helemaal boven, op zolder, is een tentoonstelling te zien met archeologische vondsten rondom Dever.


De schouw in de ridderzaal. Op tafel zijn zaken te zien die de bewoners in de middeleeuwen aten. 


De nissen laten goed zien hoe dik de muren van de ridderzaal zijn. 


Rondom de toren zijn tal van gebruiksvoorwerpen gevonden, waaronder deze gereedschappen. 


De vondst van speelgoed laat zien dat in en rondom de toren ook kinderen zijn opgegroeid. Linksboven zijn knikkers te zien, linksonder een poppenservies.