Verdwenen dorpen: Zoetermeer

Huh? Zoetermeer bestaat toch nog? Jazeker. Maar van het oorspronkelijke dorp is niets meer over. Verdwenen, samen met het veen waarop het was gebouwd.

zoetermeerse-meer-balthasar-1610
Balthasar Florisz van Berckenrode tekende in de zeventiende eeuw deze kaart van Zoetermeer. Het geeft de situatie van 1610 aan, enkele jaren voordat het Zoetermeerse Meer werd drooggelegd. Direct rechts van het meer is de Broekweg te zien, de oudste straat van Zoetermeer. 

Waar nu Zoetermeer ligt bevond zich rond het jaar 1000 een uitgestrekt veenmoeras. Nat en onbegaanbaar. Midden in die wildernis lag een groot meer. Het Zoetermeerse meer. Aan de oevers daarvan is Zoetermeer ontstaan.

Veel is er niet over de eerste bewoners bekend. Waarschijnlijk vonden zij aan de oever van het meer een veilig toevluchtsoord, waar ze zich konden schuilhouden voor de Vikingen die destijds de Hollandse kust teisterden. De bewoners bereikten het meer door een zijriviertje van de Rijn, de Weipoortse Vliet, op te varen.

Langs de oevers van het meer bouwden ze hutjes, met name aan de zuidoostelijke oever (op de plek van de huidige wijk Buytenwegh). Een plek die niet toevallig is gekozen: zo hadden de bewoners optimaal zicht op eventuele vijanden die via de Weipoortse Vliet het meer op voeren.

Van deze hutjes is niets overgebleven. Het veen waarop ze waren gebouwd is in de eeuwen daarna afgegraven tot op de daaronder liggende zeeklei. Toch zijn er sporen gevonden van de eerste Zoetermeerders. Want behalve van de vis uit het meer leefden ze ook van akkerbouw en veeteelt op het veen. Hoewel de ondergrond niet ideaal was – drassig en niet al te vruchtbaar – hadden de bewoners daar een oplossing voor gevonden.

Daarvoor moesten we een flinke inspanning leveren. Ze groeven namelijk zogenoemde ‘daliegaten’ in het veen, tot aan de kalkrijke zeeklei. Een gat van al gauw vijf tot zes meter diep. De vruchtbare klei gooiden ze op het akkerland.

Door het afgraven van het veen – de turf vond gretig aftrek als brandstof in de omliggende steden – verdwenen ook de resten van het oude Zoetermeer. Na het droogleggen van de door de turfwinning ontstane meren kwam de zeeklei aan de oppervlakte liggen. En dus ook de overblijfselen van de daliegaten, die immers tot in de zeeklei waren gegraven. Tijdens archeologisch onderzoek in 1996 is een houten paal opgegraven die, na een koolstofdatering, uit het jaar 980 bleek te stammen. De paal bewijst dat Zoetermeer al rond het jaar 1000 bestond.

daliegaten
Voorafgaand aan de bouw van het Woonhart in Zoetermeer is bij archeologisch onderzoek een daliegat ontdekt. Op deze foto uit 1996 is dat het ronde zwarte gebied. Na het graven van de gaten werden ze vaak weer door bewoners dicht gegooid met afval. Zo kwam in dit daliegat de houten paal uit circa 980 terecht. 

Broekweg

In de eeuwen daarna schoof de bewoning op van de oevers van het meer naar de Broekweg – letterlijk ‘weg door het moeras’. Waarschijnlijk omdat de oevers begonnen af te kalven. Langs de Broekweg is het omliggende land verder ontgonnen. Ook stond er, ter hoogte van restaurant De Sniep, een kerkje. Op oude kaarten wordt deze plek namelijk aangeduid als ‘het oude kerkhof’. Zowel de kerk als de begraafplaats zijn bij het afgraven van het veen verloren gegaan. Het oude Zoetermeer kan zich dan ook terecht scharen in de categorie ‘verdwenen dorpen’. Wat nu bekend staat als het oude gedeelte van Zoetermeer, de Dorpsstraat, is dus eigenlijk al de derde dorpskern.

zoetermeerse-meer
Kaart van de droogmakerij ten oosten van het voormalige Zoetermeerse Meer. Helemaal rechts de Leidsewallenwetering, in het midden de Broekweg. De Zwaardslootseweg, die de Zoetermeerse Meerpolder en de Broekweg nog steeds verbindt, is ook al te zien.